Naar online demo

Demo meteorologie
 
Inhoud:
  • Inleiding
  • Luchtdruk
  • Isobaren
  • Hoge –en lage drukgebieden
  • Windsnelheid
  • De schaal van Beaufort
  • Zeewind
  • Landwind
  • Ontstaan van wolken
  • Wolkensoorten
  • Fronten
  • Weerberichten
  • Windrichting
  • Windwaarschuwingsgebieden
  • Luchtsoorten
Inleiding:

Het weer speelt een grotere rol op ruim water dan op beschut water. Voor de examenstof VB-A gaat het met name om de interpretatie van het weerbeeld. Ook speelt de wind in relatie tot de golfhoogte een grotere rol. De lesstof meteo VB-A is een uitbreiding op de lesstof meteo VB 1.

Luchtdruk:

Luchtdruk is het gewicht van een kolom lucht die op het aardoppervlak drukt, gerekend vanaf de top van onze atmosfeer tot op het aardoppervlak. Luchtdruk wordt gemeten met een barometer. Aan de barometer kunnen we aflezen of de luchtdruk gelijk blijft, stijgt of daalt.

We weten dat luchtdruk wordt uitgedrukt in HectoPascal, afgekort tot hPa. Vroeger werd de luchtdruk gemeten in millibaren, afgekort tot mb. Het omrekenen is makkelijk: 1 mb  = 1 hPa. De gemiddelde luchtdruk is 1013 hPa (of 1013 mb). 
  • Boven de 1013 hPa: Hoge druk. 
  • Onder de 1013 hPa: Lage druk.

Verandering van luchtdruk geeft vaak een verandering van het weer aan:

  • Verhoging van de luchtdruk duidt op een weersverbetering.
  • Daling van de luchtdruk duidt op een weersverslechtering.
  • Een snelle daling van de luchtdruk duidt bovendien op toenemende wind.
Zoals we reeds weten uit de lesstof meteo VB 1 lopen luchtdrukverschillen altijd van hoog naar laag. Deze verplaatsing van lucht ervaren we als wind. Mede door de draaiing van de aarde heeft de luchtstroming op het noordelijk halfrond een afwijking naar rechts van ongeveer 700. Op het zuidelijk halfrond heeft de luchtstroming een afwijking naar links.

Isobaren:

Punten van gelijke luchtdruk op een gelijk tijdsstip kunnen we op een weerkaart met elkaar verbinden via lijnen. Deze lijnen noemen we isobaren. Liggen de isobaren dicht tegen elkaar aan, dan zijn de drukverschillen groot en staat er een sterke wind. Liggen de isobaren ver van elkaar vandaan, dan zijn de drukverschillen klein en staat er een zwakke wind.
 

Isobaren liggen dicht bij elkaar: sterke wind

   

Isobaren liggen uit elkaar: zwakke wind

 


Hoge -en lage drukgebieden:

Gebieden waar de luchtdruk oploopt naar het centrum noemen we hoge drukgebieden. Een hoge drukgebied heeft dus een kern van hoge (lucht)druk. Op het noordelijk halfrond waait de wind met de klok mee (ruimende wind) in én om hoge drukgebieden. In de kern van het hoge drukgebied daalt de wind af en verwaaiert vanuit de kern over het aardoppervlak.
 

Schematische weergave hogedrukgebied:

 


Onze gratis online demo stopt hier. De tekst op de Cd-rom beslaat alle benodigde lesstof om te slagen voor het examen. U kunt de Cd-rom bestellen via de bestelpagina.

 

Copyright W.Slijpen