Naar online demo

Demo getijdenwater
 
Inhoud:
  • Inleiding
  • Doodtij en springtij
  • Maanstanden
  • Waterdiepte
  • Kaartdiepte
  • Reductievlak
  • 1/12de regel
  • 1/7de regel
  • Stroomsterkte
Inleiding:

Op getijdenwater daalt en stijgt de waterspiegel onder invloed van eb en vloed. Getijdenwater vinden we op zee en water dat in open verbinding staat met de zee. Op enkele minuten na verandert iedere 6 uur de stroming in deze wateren van richting en kracht. Ook de waterdiepte verandert onder invloed van eb en vloed. We leggen in dit hoofdstuk de begrippen en principes uit over getijdenwater die van belang zijn voor het examen.

Doodtij en springtij:

De gecombineerde stand van de zon en de maan beïnvloeden de waterdiepte en stroming op aarde. De stand van de maan heeft een grotere invloed op de waterstanden dan de stand van de zon omdat de maan dichterbij de aarde staat. De maanstand bepaalt hoe hoog of hoe laag het water bij hoogwater en laagwater komt te staan én de waterverplaatsing tussen hoogwater en laagwater.

We kunnen zeggen dat de
afstand van de zon en de maan tot de aarde én de massa van de zon en de maan bepalend zijn voor het getij.
  • Een etmaal van de zon duurt 24 uur.
  • Een etmaal van de maan duurt 24 uur + 50 minuten.
Gedurende een maansetmaal is het 2 keer hoogwater en 2 keer laagwater. Doordat een maansetmaal langer duurt dan 24 uur, nemen de perioden tussen hoogwater en laagwater iets meer dan 6 uur in beslag. Bovendien schuiven de perioden tussen hoogwater en laagwater iedere dag een beetje op. Daarom zijn getijdentafels noodzakelijk.

Maanstanden:

De maan draait in 28 dagen rond de aarde:

Tijdens die 28 dagen kunnen zich 4 belangrijke situaties voordoen wat betreft het getij:
  1. Nieuwe maan; de zon en de maan staan op één lijn (de maan staat tussen de zon en de aarde in). De invloed van de zon en de maan versterken elkaar.
  2. Eerste kwartier; de zon en de maan staan niet op één lijn (de zon en de maan staan haaks op elkaar). De invloed van de zon en de maan werken elkaar tegen.
  3. Volle maan; de zon en de maan staan op één lijn (de aarde staat tussen de zon en de maan in). De invloed van de zon en de maan versterken elkaar.
  4. Laatste kwartier; de zon en de maan staan niet op één lijn (de zon en de maan staan haaks op elkaar). De invloed van de zon en de maan werken elkaar tegen.


Onze gratis online demo stopt hier. De tekst op de Cd-rom beslaat alle benodigde lesstof om te slagen voor het examen. U kunt de Cd-rom bestellen via de bestelpagina.

 

Copyright W.Slijpen