Naar online demo

Demo Meteorologie
 
Inhoud:
  • Inleiding
  • Schaalwaarden
  • Wind
  • Windrichting
  • Windsnelheid
  • Schaal van Beaufort
  • Waarschuwingsdistricten
  • Luchtdruk
  • Hoge –en lage drukgebieden
  • Isobaren
  • Zicht

Inleiding:

In dit hoofdstuk komt elementaire lesstof van het ‘weer’ aan bod zoals het ook op het examen gevraagd wordt. Voor de scheepvaart is het weerbericht van belang. Met name de windfactor speelt een belangrijke rol. Het weerbericht kan op veel manieren worden ontvangen. Betrouwbare bronnen voor de weersverwachting zijn de radio en teletekst. Er zijn ook enkele ‘waterweerlijnen’ (oa. Meteo Consult en Holland Weer Service) speciaal gericht op weerberichten voor de watersport.

Schaalwaarden:

Wij kiezen ervoor op deze plek uitleg te geven over de schaalwaarde van nautische kaarten. Kennis van de schaalwaarde is onderdeel van de exameneisen VB 1. De schaal van een zeekaart wordt aangegeven op de kaart. Een schaal van 1: 40.000 wil zeggen dat 1 cm op de kaart gelijk staat aan 40.000 cm in ‘het echt’. De 40.000 cm kunnen we omrekenen als 4.000 decimeter, of 400 meter. Een afstand van 6 cm bij een schaal van 1:40.000 staat in werkelijkheid dus gelijk aan:
  • 6 x 40.000 cm
  • 6 x 4.000 dm
  • 6 x 400 m

Belangrijk: De afstanden op een zeekaart worden berekend in zeemijlen. 1 zeemijl staat gelijk aan 1852 meter of 1,852 km. In het Engels wordt een zeemijl 'Nautical Mile' genoemd, afgekort tot NM. 

Weerberichten:


Via de marifoon wordt door de kustwacht 4 keer per dag weerberichten uitgegeven die zijn bedoeld voor de ruime binnenwateren en de kustwateren. De weerberichten worden op kanaal 23 of 83 uitgezonden om 08.05 uur, 13.05 uur, 19.05 uur en 23.05 uur.

Het weerbericht is opgebouwd volgens een aantal vaste onderdelen. Als eerste wordt vaak een algemeen overzicht gegeven. Dit noemen we de synopsis. Daarna volgen bewolking, neerslag, windrichting, windsterkte, temperatuur en de verwachting voor een bepaalde periode.

Wind:

Omdat de wind een belangrijke factor voor de scheepvaart is, geven we hier meer uitleg over: Wind ontstaat door verschillen in luchtdruk. Drukverschillen verlopen altijd van hoge druk naar lage druk. Deze verplaatsing van lucht ervaren we als wind. Hoe hoger de drukverschillen, hoe sterker de wind. Omgekeerd; hoe lager de drukverschillen, hoe zwakker de wind. Mede door de draaiing van de aarde krijgen luchtstromingen op het noordelijk halfrond een afwijking naar rechts. Op het zuidelijk halfrond krijgen luchtstromingen een afwijking naar links.

Windrichting:

Wind wordt benoemd vanuit de richting waaruit de wind waait. Noordenwind komt dus uit het noorden en waait naar het zuiden. De wind kan ook veranderen van richting. We spreken dan van krimpende wind of ruimende wind:
  • Als de windrichting verandert met de wijzers van de klok mee, noemen we dit het ruimen van de wind. Bijvoorbeeld als de wind verandert van het noorden naar het oosten.
  • Als de windrichting verandert tegen de wijzers van de klok in, noemen we dit het krimpen van de wind. Bijvoorbeeld als de wind verandert van het oosten naar het noorden.

Windsnelheid wordt gegeven volgens de schaal van Beaufort:

 kracht: omschrijving: kenmerken op zee:
0 stil gladde zee
1 zwak kabbelende zee
2 zwak licht golvende zee
3 matig brekende golftop
4 matig matig golvend
5* vrij krachtig overal schuimkoppen
6* krachtig opwaaiend schuim
7* hard witte schuimstrepen
8* stormachtig golftoppen waaien af
9* storm zware schuimstrepen
10 zware storm zeer hoge golven
11 zeer zware storm buitengewoon hoge zee
12 orkaan extreem hoge golven


Belangrijk: Windwaarschuwingen worden gegeven vanaf windkracht 6; krachtige wind. De windsnelheden met een * worden regelmatig gevraagd op examens.


Onze gratis online demo stopt hier. De tekst op de Cd-rom beslaat alle benodigde lesstof om te slagen voor het examen. U kunt de Cd-rom bestellen via de bestelpagina.


Copyright W.Slijpen